We beginnen bij wat je voelt
Niet vanuit wat er zou moeten veranderen, maar vanuit wat je lichaam op dit moment laat zien.

De kern
Ik begeleid mensen terug naar zichzelf.
Niet door alles meteen te willen begrijpen of oplossen, maar door eerst ruimte te maken voor wat er al voelbaar is.
Je lichaam vertelt vaak iets voordat je er woorden voor hebt. In een adem die stokt, spanning die je vasthoudt, een grens die je pas opmerkt wanneer je even vertraagt.
Dit is wat er nu is. En daar mogen we beginnen.
Waar het begint
Niet bij een antwoord.
Soms begint het met je voeten op de grond. Met merken dat je adem hoog zit. Met voelen dat je lichaam zich aanspant terwijl je hoofd zegt dat alles wel meevalt.
We hoeven daar niet meteen iets van te maken.
Eerst voelen. De woorden mogen later komen.

Hoe ik werk
Ik zou mijn manier van werken niet graag samenvatten als ‘intuïtief’, omdat dat te weinig zegt over wat er werkelijk gebeurt.
Ik ben aanwezig. Ik kijk, ik luister naar wat je vertelt en tegelijk naar wat er verandert terwijl je vertelt. Ik merk wanneer een adem stokt, wanneer je lichaam zich aanspant, wanneer er zachtheid komt of wanneer iets te veel wordt.
Van daaruit kan er beweging ontstaan, adem, aanraking, klank of stilte. Soms werken we heel lichamelijk. Soms praten we eerst. En soms lijkt er aan de buitenkant bijna niets te gebeuren.
Ik ga niet voor jou bepalen wat iets betekent. Ik wil je helpen om zelf weer te voelen wat klopt.
Als iets niet goed voelt, stoppen we. Als je wilt vertragen, vertragen we. En als iets niet aangeraakt hoeft te worden, hoeft dat ook niet.
Veiligheid betekent voor mij dat je mag blijven voelen dat je een keuze hebt, ook wanneer er iets geraakt wordt.
Mijn eigen beweging
Mijn werk is mee veranderd omdat ik zelf veranderd ben.
Ik heb lang veel gedragen en veel vanuit verantwoordelijkheid gedaan. Luisteren, aanvoelen wat er rondom mij gebeurt en ruimte maken voor anderen zijn kwaliteiten die ik vandaag in mijn werk gebruik. Maar ik heb ook moeten leren dat zorgen voor anderen iets anders is dan mezelf vergeten.
Misschien is dat ook waarom ik niet geloof in begeleiding vanuit een voetstuk. Ik heb niet alle antwoorden. Ik heb wel geleerd om aanwezig te blijven, goed te kijken en een ruimte te dragen waarin jij niet hoeft te presteren of jezelf anders hoeft voor te doen.
Wat ik zelf steeds opnieuw ontdek, neem ik mee in mijn werk: dat zachter niet hetzelfde is als oppervlakkiger.
Dat een grens soms meer opent dan nog verder gaan.
Thuiskomen in jezelf betekent niet dat alles rustig of opgelost is.
Het betekent dat je jezelf niet telkens hoeft te verlaten wanneer iets moeilijk wordt.

